Over Leuven

Leuven (Frans: Louvain) is een Vlaamse stad en gemeente in de Belgische provincie Vlaams-Brabant. Ze is de centraal gelegen hoofdstad van deze provincie en tevens de hoofdplaats van het bestuurlijke en gerechtelijke arrondissement Leuven. Leuven heeft een oppervlakte van 5663 ha en telt ruim 90.000 inwoners.

Leuven is onder meer bekend als vestigingsplaats van de universiteit (K.U.Leuven), die de oudste van de Lage Landen is. In Leuven zijn ook onder meer gevestigd de multinational InBev (voorheen Artois, naderhand nog Interbrew geheten), de Boerenbond en het universitair ziekenhuis Gasthuisberg.

Wegens de eeuwenlange aanwezigheid van de brouwerij Artois en het studentenleven wordt Leuven ook wel de bierhoofdstad van Vlaanderen/Belgie genoemd.

Geschiedenis van Leuven

In de 8ste eeuw werd de bevolking tot het christendom bekeerd. Hubertus van Luik is hier een belangrijke naam. De eerste kerken werden gesticht, zoals vermoedelijk ook de Sint-Pieterskerk in Leuven.

In 884 (of 891) werd ook voor de eerste keer de naam Luvanium/Loven vermeld. Voor deze naam zijn twee mogelijke verklaringen:

Loven: Lo staat voor bos en ven voor moeras. Een mogelijke betekenis voor Leuven is dus "Een moeras in het bos". Lovanium zou snel water betekenen, naar een snelstromend beekje ten zuiden van de huidige stad, waar de eerste bebouwing was geconcentreerd. In 870 was Leuven de hoofdstad van een gelijknamig graafschap. Dat graafschap besloeg het gebied tussen de Demer en de Dijle en tussen de Wasbeek en de Lobeek. Leuven werd waarschijnlijk als hoofdplaats gekozen door zijn gunstige ligging aan de Dijle en heirbaan Boulogne-Keulen.

De eerst graaf van Leuven die in geschreven bronnen wordt vermeld was Lambert I van Leuven, achterkleinzoon van Reinier I (875-915), die tussen 910-915 markgraaf was in het koninkrijk Lotharingen. Via zijn huwelijk met Gerberga van Lotharingen, dochter van hertog Karel van Lotharingen, verwierf hij eveneens een graafschap in de Brabantgouw, het zogenaamde graafschap Brussel, gelegen tussen de Zenne en de Dijle. In 1085/1086 werd een tweede graafschap (gesitueerd tussen de Dender en de Zenne) uit de Brabantgouw onder vorm van landgraafschap door de Duitse keizer Hendrik IV aan Hendrik III van Leuven in leen gegeven. Dit landgraafschap werd in 1183 tot hertogdom verheven, waardoor de institutionele grondslag van het hertogdom Brabant werd gelegd. In 1106 had Godfried I van Leuven bovendien ook het hertogdom Neder-Lotharingen van de Duitse keizer in leen gekregen, waarin als ambtsleen het markgraafschap Antwerpen vervat zat. In 1190, meer bepaald op de landdag van Schwebisch Hall, werd het hertogschap in Neder-Lotharingen echter alle gezag ontnomen. In ruil verkregen de graven van Leuven het recht om hertogelijk gezag uit te oefenen binnen hun eigen territoria. Dit wordt historiografisch als het ontstaan beschouwd van het hertogdom Brabant.



Rond 700 telt Leuven al enkele woonkernen. Vooral het huidige stadscentrum werd bewoond. Rond het jaar 1000 werden op andere delen van het grondgebied - langs de grote wegen - nederzettingen gesticht, bijna steeds met een kapel. Tot 1252 mochten er in die kapellen geen sacramenten toegediend worden, buiten hosties uitdelen. Ook mochten er geen begrafenissen gehouden worden. In 1252 werd Leuven tenslotte opgedeeld in vijf parochies.

Een restant van de eerste omwalling in het Sint-DonatusparkDe eerste graaf Lambert I gaf Leuven een nieuw aanblik. De oude burcht, die in 884 door de Noormannen veroverd is geweest, werd verplaatst naar een eiland in de Dijle. De eerste handel begon ook op te komen. Godfried I liet een nieuwe Sint-Pieterskerk bouwen, in Maas-Romaanse stijl. De kerk werd weldra de grootste uit de hele regio: het schip was 24 meter lang en 8 meter breed, de zijbeuken waren 4 meter breed. Later kwam hier een toren bij en een crypte. De kerk was een teken van de groeiende welvaart en bevolking. Leuven telde ook een kleine groep vrije edelen.

Godfried probeerde het oosten van de stad wat dichter te bevolken, onder andere door de stichting van de Abdij van 't Park.

Het oudste stadsziekenhuis stond ook in Leuven. In 1080 stichtte Heryward het Sint-Pietersziekenhuis, waar armen een maaltijd en logies konden krijgen. In 1150 werd de eerste stenen omwalling gebouwd, ter vervanging van een aarden. Zo moest de handel en nijverheid bevorderd worden. Ze was 2750 meter lang.

Het bestuur ging ook vooruit. Tussen 1100 en 1130 trad het Leuvens recht in werking, dat door de graven van Leuven ook werd opgedrongen aan andere steden. Rond 1140 was er ook reeds een schepenbank. Leuven was rond 1150 een echte stad geworden.